De Nederlandse politiek heeft zich ten doel gesteld de uitstoot van CO2 in Nederland in 2030 met 49% te reduceren ten opzichte van 1990. Het nationale Klimaatakkoord beschrijft de maatregelen en afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om dat doel te halen. Het Klimaatakkoord is tot stand gekomen tussen maart 2018 en juni 2019 in opdracht van de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Bij de organisatie verantwoordelijk voor het Klimaatakkoord kwamen veel vragen binnen, onder andere over de rol van kernenergie in de onderhandelingen. Een belangrijke vraag daarbij was:
Is kernenergie uitgesloten van het klimaatakkoord?
Het formele overheidsstandpunt daarover is dat kernenergie niet is uitgesloten van het klimaatakkoord. Er wordt verwezen naar antwoorden op kamervragen door de minister waar dit ter sprake zou komen, maar in de documenten waar naar wordt verwezen komt deze vraag niet voor.
In het overheidsdocument Het Klimaatakkoord in (meer dan) 70 vragen op de website OpenOverheid.nl staat bij vraag 37:
Is kernenergie aan de orde gekomen in de onderhandelingen over het Klimaatakkoord?
Het antwoord luidt:
Kernenergie is niet uitgesloten van het Klimaatakkoord. Als mogelijkheid om de 2030-doelen te halen is nieuwbouw van kernenergie momenteel niet in beeld. Voor de periode tot 2050 kan kernenergie alsnog een rol gaan spelen.
De stelling is dus: kernenergie is niet uitgesloten, maar het komt te laat.
Op de website Omgevingswet (20 maart 2020) beantwoordt Minister Wiebes vragen over de groeiende steun voor kernenergie.
Hier wordt de volgende vraag gesteld:
Hoe kan het dat u zelf ‘groot voorstander’ van kernenergie bent en kernenergie een ‘onontkoombaar onderdeel van de energiemix’ noemt, terwijl nog geen jaar geleden het rampzalige Klimaatakkoord van Nijpels en co. is gepresenteerd, waarin windmolens en zonneparken de boventoon voeren en kernenergie geen plek heeft gekregen?
Wiebes antwoordt:
Dit kabinet heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat de opgave, die de klimaatverandering aan de samenleving stelt, zo groot is dat op voorhand geen enkele CO2-besparende energiebron kan worden uitgesloten van de energiemix. […]. Aangezien extra kernenergie in Nederland gelet op de doorlooptijden niet waarschijnlijk lijkt voor 2030, is het geen actief gespreksonderwerp aan de tafels van het Klimaatakkoord geweest.
Wiebes stelt hier dus dat kernenergie niet is uitgesloten, maar omdat het te laat komt niet is besproken.
Op de website van BNR Nieuwsradio staat een interview met Ed Nijpels, voorzitter van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord. Uit het transcript komt de volgende passage:
Nijpels wordt verweten tegen kernenergie te zijn, iets wat hij bestrijdt: ‘Aan de tafels is er door grote bedrijven – waarvan sommige mede-eigenaar zijn van kerncentrales – besloten dat het geen zin heeft te investeren in kernenergie in Nederland. ‘Dat is te riskant, dat is te duur.‘
De stelling van Nijpels is dus dat kernenergie wel bespreekbaar was, maar dat grote bedrijven het geen onderwerp van gesprek vonden.
Kees Vendrik, voorzitter van de sectortafel elektriciteit ten tijde van de totstandkoming van het Klimaatakkoord schrijft op Twitter:
Marktpartijen zaten 16 maanden aan tafel bij het Klimaatakkoord. Er kwam geen plan op tafel om centrales te plaatsen, extra te subsidiëren of anderzins te steunen.
De stelling van Vendrik komt er op neer dat kernenergie wel bespreekbaar was, maar dat geen van de uitgenodigde marktpartijen het wilde bespreken.
Dus als we het officiële overheidsstandpunt, de verantwoordelijke minister, de voorzitter van het Klimaatakkoord en de voorzitter van de betreffende sectortafel moeten geloven is kernenergie niet uitgesloten, maar komt het door de uitgenodigde partijen dat het niet is besproken.
De realiteit blijkt anders.
Energie deskundige en publicist Remco de Boer haalt op Twitter een video fragment aan van 14 juni 2018 waarin Nijpels in de Tweede kamer onder meer het volgende zegt over het ontbreken van kernenergie in het klimaatakkoord:
Het [kernenergie] hoort dus niet bij onze opdracht, dus daarom houden wij ons er niet mee bezig. Dan zouden we ook dat bij onze opdracht moeten krijgen. Dat is niet gebeurd, en dat is niet per ongeluk gebeurd. Het regeerakkoord rept er ook met geen woord over, anders hadden we er iets over moeten zeggen.
De Boer concludeert: Kernenergie is expliciet uitgesloten van de onderhandelingen voor het klimaatakkoord.
Die conclusie lijkt mij op basis van deze uitspraak terecht, kernenergie was geen onderwerp van de gesprekken over het klimaatakkoord omdat het volgens Nijpels niet tot de opdracht behoorde om daar over te spreken.
Het blijkt nog sterker geformuleerd te kunnen worden: kernenergie was geen gespreksonderwerp omdat het de opdracht was om daar niet over te spreken.
Kernenergie is wel degelijk uitgesloten als optie
Dit blijkt uit het TNO onderzoek Over belangenvertegenwoordiging aan de klimaattafels en de totstandkoming van het Klimaatakkoord dat is gedaan om inzichtelijk te maken uit welke koker(s) de gemaakte klimaatafspraken komen, welke belangen zijn vertaald in het Klimaatakkoord, en welke belangen niet worden gediend door het Akkoord.
Uit dit rapport komt de volgende sectie over kernenergie:
Wanneer we kijken naar specifieke verduurzamingsopties en alternatieve energiebronnen, dan valt vooral op dat kernenergie vooraf was uitgesloten als optie. Sommige geïnterviewden stelden dat zon en wind onvoldoende opleveren om de voor de Elektriciteitstafel gestelde elektrificatiedoelen te behalen, en dat het daarom niet verkeerd zou zijn om ook naar kernenergie te kijken.
We hebben het niet gehad over kerncentrales. Maar feit is wel dat Nederland te klein is. Dus alleen zon en wind wordt ook lastig. (Hans Schoenmaker, Uniper)
Desalniettemin bleef de optie kernenergie als alternatief buiten beschouwing. De inkadering van het Klimaatakkoord door de minister klonk hierin sterk door.
Wij hebben gezegd, als de visie er is, zouden wij best meer willen doen met elektriciteit, maar dat was niet de bedoeling. Zucht zucht zucht zou ik zeggen. Wiebes heeft dat heel rigide ingestoken. Kernenergie was uitgesloten, dat was een keus. Daar is achteraf ook nog wel over gepraat. (Hans Timmers, NWEA)
Opmerkelijk is bovendien dat waterstof niet per se een vooraf vastgestelde favoriete optie was, maar dat die optie heel veel ruimte heeft gekregen in de discussies.
Waterstof heeft inderdaad veel aandacht. Dat is logisch vanwege de industriebelangen. Waterstof zal met name voor de industrie en transport een rol gaan spelen. Het is daarentegen niet zo zinvol als opslagmedium voor elektriciteit, al kan het als back-up wel een rol spelen in de elektriciteitsvoorziening. (Paul Koutstaal, PBL)
Paul Koutstaal van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) maakt in bovenstaande duidelijk dat de reden voor die aandacht in de belangen voor de industrie ligt. Waterstof kon, in tegenstelling tot kernenergie, wél als verduurzamingsoptie worden aangedragen in het overleg, omdat het binnen de vooraf bepaalde scope van het Klimaatakkoord lag én omdat het paste binnen de discussie over hoe de ambitie van 49% voor industriële bedrijven kostenefficiënt en zo dragelijk mogelijk te maken. Marc Londo van de NVDE onderschrijft deze uitleg van waarom waterstof zo centraal heeft gestaan. Het is vooral de waarde die het heeft voor de gevestigde industriële orde die bepaalt dat het een bespreekpunt is geworden.
Waarom is kernenergie uitgesloten van het Klimaatakkoord?
Het is gissen naar de reden waarom Minister Wiebes kernenergie heeft uitgesloten van het Klimaatakkoord terwijl hij zegt dat CO2-arme bronnen vanwege de urgentie van de klimaatverandering niet uitgesloten mogen worden. Het is ook gissen waarom de verantwoordelijken Wiebes, Nijpels en Vendrik in commissie de ware reden waarom kernenergie geen onderdeel uit maakt van het klimaatakkoord weigeren te benoemen.
Het TNO rapport suggereert dat de belangen van de gevestigde partijen die wel waren uitgenodigd de doorslag hebben gegeven. Partijen die niets te winnen hadden bij het toelaten van kernenergie in het klimaatakkoord.
Inmiddels is Kees Vendrik benoemd tot voorzitter platform voor maatschappelijk dialoog en reflectie klimaatbeleid en daarmee in feite de opvolger geworden van Ed Nijpels. Dezelfde Vendrik die op de website van Groen Links schreef:“Kernenergie is een technologie uit het verleden, niet van de toekomst” en “Kernenergie is duur en het duurt minimaal tien jaar voor zo’n centrale er staat. Zoveel tijd hebben we helemaal niet”. Dat was in 2010. Inmiddels zijn we 13 jaar verder en hadden de centrales er kunnen staan, maar het argument is gewoon verlengd. Nu heet het dat de centrales er niet voor 2030 staan. En als we in 2030 zijn aangekomen wordt het argument zonder twijfel weer verlengd.
Zo komen kerncentrales al 50 jaar te laat.
Met Vendrik aan het roer heeft de politiek er voor gezorgd dat kernenergie ook in de toekomst niet hoeft te rekenen op een warm onthaal.











Foto: Zonne-energie Saudi Arabië – foto The New Economy
Tabel: duurzame energie: geïnstalleerd vermogen in Arabische landen, IRENA 2015
Foto: The Guardian
Hinkley Point kerncentrale in aanbouw. Foto Edf.
